Fysiologie van de 400 meter

De 400 meter is één van de zwaarste disciplines uit de atletiek, dit is misschien een beetje raar omdat toppers de 400 meter kunnen lopen binnen de minuut, en een ‘minuutje’ arbeid lijkt echt niet veel. Het is een ‘zware’ discipline omdat het een afstand is die zo lastig is te trainen. Het is ook zwaar op mentaal vlak. Je moet echt door de pijngrens heen durven en kunnen gaan.

Om een 400 meter te kunnen lopen aan een zo hoog mogelijk tempo, moet je beroep doen op 3 energiesystemen. In de literatuur worden deze opeenvolgende processen wel eens vergeleken met een 3 traps-raket.

  • anaeroob alactisch, kreatine fosfaat (de eerste 5-10 sec)
  • anaeroob lactisch, glycolyse, melkzuursusteem (vanaf ongeveer 8 sec tot 4 min)
  • oxidatieve fosforylering, aerobe melkzuurvorming, vanaf 4 min tot zelfs uren

(de exacte tijdsduur van de opeenvolgende processen hangt natuurlijk nauw samen met het tempo dat dient ontwikkelt te worden)

Vanaf de start doet het lichaam beroep uit energie die voorradig is in pakketjes ATP en CP, deze energie pakketjes zijn zeer snel uitgeput en volstaan bij geen enkele atleet om hiermede de 400 meter aan hoog temp te kunnen afwerken. We hebben ook energie nodig via anaerobe glycolyse en aerobe glycolyse. De anaerobe glycolyse is een proces dat het snelst op gang kan gezet worden, maar uiteindelijk zal zelfs ook de aerobe glycolyse een aanzienlijk deel van de energievoorraad leveren gedurende een 400 meter wedstrijd.

De indeling van een 400 meter en de daarbij horende indeling naar percentage aandeel in de diverse energiesystemen is een individueel gegeven, dit heeft zeer ver strekkende gevolgen voor hoe een er wedstrijd specifiek voor de 400 meter dient getraind te worden. Ieder individu zal dienen te zoeken naar een juiste verhouding en dosering. De genetische aanleg speelt bij de 400 meter een mindere rol dan bij de 100 meter, er kunnen door de juiste trainingsbalans uitstekende resultaten behaald worden.

Je kan een 400 meter ook op verschillende manieren aanpakken. De ‘flyers’ vs de ‘diesels’. Een 400 meter kan op beide manieren gelopen worden. In de praktijk zal je vooral de snelle starters zien, maar dit kan te maken hebben hoe er geselecteerd wordt voor de 400 meter (sprinters zullen eerder de omschakeling maken naar de 400 meter, dan dat halve fond lopers zich omscholen tot de 400 meter). In de 400 meter horden komen we meer tragere starters tegen.

Hoe kunnen we bij DVBSPORTS testen of iemand geschikt is voor de 400 meter?

  • 30 meter tijd (startblok)
  • Maximale snelheid na 20 meter met vliegende start
  • techniek (Kinovea analyse, met en zonder vermoeidheid)
  • Volhouden van de race pace + het efficiënt volhouden
  • VO2 max labotest of VO2 max bepaling via yoyo test
  • 300 meter tijden (5 reps, pauze 6’30”) bepalen anaerobe capaciteit
  • shuttle run test 300 meter, bepalen anaerobe capaciteit

De gegevens die voortkomen uit deze testen kunnen we gebruiken voor het zetten van benchmarks.